Welke kerk dan ook….

Lindiwe wil een kerk in eLuxolweni. Verrassend, er zijn volop kerken in de buurt en het lijkt niet echt een prioriteit voor zo'n sloppenwijk. Maar, zegt ze, een kerk zal ons aanzien geven in East London. En welke kerk dan wel? Ach, dat maakt niet uit: “Welke kerk dan ook!” Als het maar een mooi gebouw is wat respect afdwingt. Leven in een sloppenwijk, een squatter camp of ghetto doet geen goed voor je gevoel van eigenwaarde. Erbuiten wordt je er al snel beoordeeld op de buurt waar je in woont, je postcode en je adres. Sloppenwijken hebben een slechte naam. Rommel, smerigheid, criminaliteit, dronkenschap, armoede zijn een aantal van de eigenschappen die aan ze worden toegeschreven en tegelijkertijd de bewoners gestigmatiseerd. Helaas meestal terecht voor zover het de omgeving betreft. De woonomstandigheden zijn miserabel, de werkloosheid is desastreus en daarmee de economische basis van de buurt. De kwaliteit van de openbare ruimte is meestal beneden alle peil. Voor een bewoner die voortdurend op moet letten waar hij zijn voeten neer kan zetten is het zo bijna onmogelijk om met een rechte rug door het leven te gaan.

 

Relatief had Lindiwe het nog niet zo slecht in haar deel van eLuxolweni. Er was een actieve bewonersorganisatie en onder andere daardoor was er met overheidssubsidie een kleine woning op haar kavel gebouwd. Zelf had ze alsnog haar middelbare schooldiploma gehaald en haar partner was door zijn actieve rol in de buurt tot gemeenteraadslid gekozen. Een tweedehands auto stond voor de deur te glimmen alhoewel die toch ook wel vaak even om de hoek naar Spiti-piti moest voor wat extra aandacht. En het gesubsidieerde huisje hadden ze inmiddels met eigen middelen tot een meer volwaardige woning uitgebouwd. Maar ze sprak ook niet alleen voor zichzelf toen ze het over een kerkgebouw had, over het respect dat ze wilde afdwingen. Ze sprak voor de hele buurt, voor de velen die het veel minder hadden dan zijzelf.


zelfbouw op het kerkhof in eLuxolweni

Het was een ingrijpende operatie geweest, die woningbouw in eLuxolweni. In twee fases was het gebeurd: eerst de infrastructuur waarbij de hele buurt overhoop werd gehaald en iedereen had met hut en al moeten verhuizen. Eigen grond hadden ze er door gekregen waarop een paar jaar later met een nieuwe subsidie kleine woningen werden gebouwd. Het was een intensief en moeilijk proces geweest. Het had veel van ze gevergd om de controle erover te houden maar niets was er gebeurd zonder hun goedkeuring. Het had echter een enorme verbetering opgeleverd voor hun gezinnen en voor de buurt. Niet iedereen kon er even blij mee zijn. Sommigen hadden in moeten leveren, zoals de man die een grote groentetuin rondom zijn hut onderhield en die kwijtraakte. En de mensen die door de nieuwe indeling geen plek konden krijgen. Zij herbouwden in overleg hun hut aan de rand van het overwoekerde kerkhof midden in de buurt. Het bleek het begin van een nieuwe, illegale, sloppenwijk toen anderen het beschouwden als het groene licht om zich daar ook te vestigen. Oorspronkelijke voorstellen om ook dat stuk te ontwikkelen stuitten op bezwaren. De gemeente beloofde vlakbij huizen voor ze te bouwen en mensen in dat deel van eluxolweni rekenden daarop en deden in de tussentijd nauwelijks iets aan hun hutten. Anderen wachtten niet en bouwden hun hutten om tot aantrekkelijke onderkomens meestal met alleen maar tweedehands materialen. En ze bleken gelijk te hebben want de door de gemeente beloofde huizen hebben nu al meer dan 15 jaar op zich laten wachten.


'straat' op het voormalige kerkhof

Het verbeteren van de huisvesting was in eLuxolweni de grootste zichtbare overheidsbijdrage aan ontwikkeling in de buurt. Een langdurig gebeuren waarbij de bewoners zich op veel aandacht konden verheugen en de hoop op voorspoed gevoed werd. Die financieel ook even dichterbij kwam tijdens de bouw toen ze er werk in kregen. Maar ook dat kwam weer tot een eind en de bewoners waren weer op zichzelf aangewezen. Wonend in, weliswaar nieuwe maar te kleine, huizen en van matige kwaliteit. Aan slecht onderhouden straten, met gebrekkige afvalopruiming en regelmatig overstromende rioolputten door een te klein hoofdriool. Afhankelijk van wat de directe omgeving biedt en van wat ze zelf in huis hebben.

Lindiwe klaagt over afmeting van de huizen. Inderdaad is zo'n 25 vierkante meter te weinig voor een huishouden zeker als er kinderen zijn. De meeste mensen hebben dan ook bijgebouwd, veelal met sloopmateriaal en vaak van slechte kwaliteit. Soms worden die bijbouwsels bewoond door leden van het eigen huishouden, opgroeiende kinderen of familieleden van elders die naar de stad komen voor werk. Maar in veel gevallen worden de bijbouwsels verhuurd en dat geeft een regelmatige stroom van inkomsten. Het lapje eigen grond is zo voor velen een middel waarmee ze in hun bestaan voorzien. Spit-piti verhuurt een ruimte aan een kerkgenootschap en repareert auto's op de rest van z'n erf. Victoria naait kleren in eén bijbouwsel en huisvest twee neven uit de Transkei in een ander. Er zijn winkeltjes zoals dat van Hamilton en een horlogemaker heeft er een werkplaatsje neergezet. Keuzes die mensen maken over het gebruik van hun kleine bezit.

Ouders willen dat hun kinderen het beter krijgen dan zijzelf, zeker als zij zichzelf aan de onderkant van de maatschappij bevinden. En bij het nastreven van die ambitie speelt de omgeving een belangrijke rol. De mensen om hen heen, het huishouden en de buurt, de aanwezige faciliteiten, middelen en kansen, factoren die bepalend zijn voor hun toekomst. Maar die zijn vaak minder positief dan men zou wensen, zeker gezien de achterstanden van waaruit de bewoners van sloppenwijken moeten vertrekken. Onderwijs en gezondheidszorg kampen vaak met een chronisch gebrek aan middelen en kunnen de problemen nauwelijks aan en voor de politie en gemeentediensten geldt vaak hetzelfde. Terwijl dit soort faciliteiten aan kinderen veel van het kapitaal moeten verschaffen dat hun toekomstkansen bepaalt. Degenen die ze draaiend houden, de onderwijskrachten, het medisch personeel, de lagere ambtenaren doen meestal meer dan ze eigenlijk redelijkerwijs kunnen. Aan hen zal het meestal niet liggen. Ze wonen vaak zelf in de sloppenwijken en investeren ook buiten hun werk om in het aanpakken van problemen daar. Maar die zijn groter dan wat ze aankunnen met de middelen die ze ter beschikking hebben.


straat in eLuxolweni met links eén van de nieuwe huizen

Inschakeling van de lokale bevolking in de uitvoering van projecten is algemeen beleid in Zuid Afrika. Aanleg van infrastuctuur, bouwprojecten, onderhoud, allemaal mogelijkheden om werk te verschaffen en inkomen in een achterstandswijk te injecteren. Tijdelijke banen en meestal laag betaald maar toch maakt het even wat verschil. Voor degenen die een baantje krijgen, maar ook voor anderen in de buurt die van de extra bestedingsruimte profiteren. In de tweede helft van de negentiger jaren werd veel geld geinvesteerd in het deel van Oost Londen waar eLuxolweni deel van uit maakt: Duncan Village Proper, Parkside, Pefferville, CCLloyd. Huizenbouw, aanleg van wegen en straten, constructie van marktstallen en speelplaatsen, alles ondernomen met mensen geworven in de buurt. Precieze cijfers ontbreken maar volgens grove schattingen voegde dat zo'n 3 tot 5 % toe aan het totale inkomen van dat gebied gedurende een periode van 5 jaar. Dat maakt een verschil. In 1998 besloot de Provinciale Regering van de Oost Kaap om het totaal aantal uitkeringen aan bejaarden en arbeidsongeschikten met een zesde terug te brengen. En natuurlijk vielen de hardste klappen in de sloppenwijken. Ook in dit geval ontbreken harde cijfers maar voorzichtige schattingen leveren een inkomensreductie van 2,5 – 3,5% op voor hetzelfde gebied. Alles wat over een periode van 5 jaar door een buurt was gewonnen was in eén keer voor het grootste deel weggevaagd.

  Krachten van buitenaf hebben een grote invloed op een gemeenschap in een sloppenwijk ook al is die goeddeels aan zichzelf overgelaten. Sommige als zachte drang, langdurig en gestaag, andere incidenteel als een schok, een vloedgolf, soms positief, dan weer negatief, vaak beide tegelijk. Kennis van wat die krachten aanrichten lijkt onontbeerlijk voor degenen die ze controleren. Maar vaak is ze afwezig of ze wordt niet gebruikt, soms bewust verdrongen. Bewustzijn van die krachten is er natuurlijk bij de huishoudens die er door geraakt worden. Waar een kostwinner werkloos wordt, het brood duurder of criminaliteit in de buurt opduikt, kinderen het op school ineens beter gaan doen, een aidsremmer beschikbaar komt. Ze merken de gevolgen en weten meestal waar de oorzaak ligt. Lokale kennis, soms wordt er een beroep op gedaan maar vaak genegeerd of zo gebruikt dat het in de agenda past van degene die in zo'n gemeenschap intervenieert. Terwijl het van dag tot dag het geploeter van de mensen in de sloppenwijken inhoud en richting geeft, ontbeert het veelal de erkenning van degenen die “komen om te helpen”.


informele netwerken:
illegale stroomvoorziening
steunend op de officiele..
..

Electricteit is belangrijk, ook voor mensen in illegale huizen . Dus hebben veel bewoners van de voormalige begraafplaats zelf een aansluiting geregeld met de mensen die wel een officieel huis hebben. Maar de gemeente Buffalo City wil niet dat electricteit aan illegale bewoners geleverd wordt en heeft de aansluitingen ongedaan gemaakt. De “leveranciers” raken een bron van inkomen kwijt en de afnemers zijn weer aangewezen op paraffine of gas voor verwarming en verlichting. Batterijen voor telefoons moeten weer elders opgeladen worden en het bevriezen of koelen van bederfelijke waren voor de verkoop is een probleem. Andere oplossingen moeten er voor worden bedacht of het kan gewoon niet meer. Misschien zijn er nog wel meer gevolgen geweest, misschien zijn de leerprestaties van de kinderen wel achteruitgegaan. Huiswerk maken of een boek lezen is heel lastig met het vroeg invallende duister. Het is niet bekend, misschien dat de onderwijskrachten een terugval hebben bemerkt, maar dan achteraf en ze hebben het misschien niet kunnen verklaren. Mogelijk hadden er wel maatregelen genomen kunnen worden, preventief of snel nadat de eerste tekenen werden waargenomen of klachten van de kinderen kwamen. Huiswerkklassen in het buurtcentrum of op de scholen zelf misschien, of iets anders; met tijdig overleg was van alles mogelijk geweest.



Veel problemen in de sloppenwijken blijven hangen tussen de bewoners en de instituties die de taak hebben zorg voor ze te dragen. De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor hun welzijn maar verdeelt die over haar verschillende niveaus, opgesplitst over vele departementen en geordend volgens haar eigen prioriteiten. De bewoners worstelen dagelijks met de problemen die op hun huishoudens afkomen en moeten steeds weer de minst kwade oplossing kiezen in de hoop dat het een goede is. Maar ze missen de invloed om hun keuzemogelijkheden te verbeteren. Twee werelden gescheiden door een kloof, een diep ravijn waarin veel goed bedoelde initiatieven een fatale val maken. Het overbruggen, beter nog dichten, van die kloof is de uitdaging bij het aanpakken van de sloppenwijken, dus van de armoede van de bewoners ervan, van hun gebrek aan ontwikkelingskansen. Versmelting van de energie, middelen en creativiteit van bewoners en buitenstaanders; wederzijdse versterking, in het jargon ‘synergie' genoemd. En dat permanent, niet beperkt tot incidentele ingrepen, wat ook de grootschalige huizenbouw en infrastructuur projecten eigenlijk zijn. Enorme verbeteringen; de wijk wordt toonbaarder en ziet er vooral vanaf de andere kant van de kloof beter uit omdat wat er achter de voordeur zit verscholen blijft. Het lijkt veel op het mooier verpakken van de armoede die blijft voortduren. Een cosmetische ingreep, cynisch beschouwd. De bewoners zijn er in ieder geval blij mee, het is een grote verbetering. Maar als cosmetische ingreep ging het Lindiwe en de andere bewoners niet ver genoeg, het bracht hen niet het aanzien en respect waar ze naar verlangen.


kinderen in eLuxolweni

meer in :
"De overheid komt binnen "
"De Bantu moet leren werken"
"Komen om te helpen"
"Tussen droom en daad"

Frontlijnwerkers, zoals leerkrachten, politieagenten, verpleegkundigen en artsen vormen een brug over de kloof die de sloppenwijken van de buitenwereld scheidt. Zij weten wat er aan hun stukje van het front gebeurd en vaak hebben ze een beeld van wat er achter zit maar moeten zich beperken tot hun afgebakende sector. Het doorbreken van die beperking, het bijeenbrengen van hun werkterreinen kan een basis creëren voor een meer doelbewuste aanpak van een buurt. Uitstijgend boven het niveau van het individuele huishouden en onafhankelijk van grootschalige overheidsingrepen. Systematiseren, combineren en uitdiepen van de aanwezige kennis biedt de mogelijkheid positieve en negatieve ontwikkelingen tijdig te onderkennen. Ook om inschattingen te maken van de effecten van ingrepen in een buurt en van andere invloeden die van buitenaf komen. En mogelijk die ingrepen te sturen of zelfs af te dwingen. Beter nog als basis voor een buurt om gemeenschappelijke doelstellingen te formuleren die men wil bereiken met eigen middelen en misschien ook van elders. Zeker zal het een plaatje op leveren van het web dat de bewoners van de sloppenwijk in armoede gevangen houdt. En van de dagelijkse inspanningen om daaraan te ontsnappen, van de afzonderlijke huishoudens en van de buurt.

Ontwikkeling van een arme gemeenschap begint niet pas op het moment dat een overheid of een andere institutie zich ermee bemoeit. Voor de leden van zo'n gemeenschap is ontwikkeling de orde van de dag. Gebrekkig, moeizaam en vaak niet veel verder komend dan het niveau van puur overleven. Het dichten van de kloof tussen behoeften en middelen, het helpen van de bewoners om buiten hun voordeur te komen en controle te winnen over hun leefomstandigheden is waar men uiteindelijk het meeste baat bij heeft. Hùn agenda moet de leiddraad verschaffen bij armoedebestrijding en de eigen agendas van overheid en andere hulpverleners daaraan ondergeschikt gemaakt. Onderkennen van het scala van mogelijkheden en ambities, blokkades en verstoringen binnen een gemeenschap als uitgangspunt bij het bepalen van waar men het beste bij geholpen is. Afweging van positieve en negatieve effecten van interventies en invloeden, mogelijk met sociale kosten en baten analyse als hulpmiddel. En dat alles niet over de hoofden van degenen om wie het gaat, maar met de armen zelf in de centrale rol. Als degenen die van dag tot dag, met de hulp van de frontlijnwerkers, bezig zijn met het dichten van de kloof, met de bestrijding van hun eigen armoede. Begrip en waardering van dat dagelijks geploeter en het steunen en verbeteren ervan is essentieel bij het aanpakken van de problemen van mensen in de sloppenwijken. Dat gaat veel verder dan het respect waarvoor Lindiwe aan een kerk genoeg dacht te hebben.

literatuur:
Amartya Sen: Development as Freedom
Carole Rakodi (et al): Urban Livelihoods

Amsterdam, augustus 2008

   

naar startpagina