|
Komen om te helpen… “Niet weer” reageerden de mensen uit Lushington toen in 1998 een participatief onderzoek naar hun behoeften en problemen werd aangekondigd. Een geïntegreerd ontwikkelingsplan voor het Mpofu district moest worden opgesteld en dat betekende weer een tijdverslindende exercitie met intensieve bijeenkomsten en veldonderzoek. Ze hadden het al eerder meegemaakt en daarnaast ook met de regelmaat van de klok meegewerkt aan allerlei andere onderzoeken met vragenlijsten en interviews. Veel tijd was er aan besteed en soms was het nog leuk geweest ook. Maar opleveren deed het niets voor hen. “Too much research and no action” was hun commentaar: ”Te veel onderzoek en geen actie”! |
bijeenkomst in de schaduw in Lushington |
Onderzoek is goed, noodzakelijk, om de werkelijkheid te leren kennen en te begrijpen. En dat is een voorwaarde als het om het veranderen en verbeteren ervan gaat, zeker voor iemand die van buiten komt. Dan volstaat het niet om alleen de eigen inzichten als maatgevend te nemen. En ook niet om op een enkele woordvoerder af te gaan. Hoe breder en dieper het begrip, hoe beter handelend kan worden opgetreden. Daarom is er de wetenschap en zijn er mensen die zich bezig houden met het ontwikkelen en toepassen ervan. Die bezig zijn om antwoorden te vinden op vooraf gestelde onderzoeksvragen. Wat resulteert in een continue stroom van uitkomsten, al dan niet beschikbaar voor het publiek en van verschillende kwaliteit. En daarnaast zijn er degenen die de schijn van wetenschap ophouden en onderzoek alleen gebruiken om hun eigen agenda en vooringenomenheid te rechtvaardigen. In meerdere of mindere mate is vooringenomenheid altijd aanwezig en is objectiviteit van onderzoek moeilijk te bereiken zeker als het in het maatschappelijke veld plaatsvindt. Het formuleren van de onderzoeksvraag, de keuze en uitwerking van de methodieken, het samenstellen van de onderzoekspopulatie en de interpretatie en weergave van de resultaten, zijn allemaal processen waarbij het eigen perspectief bewust of onbewust een rol speelt. |
Partcipatief onderzoek biedt meer garanties tegen vooringenomenheid. Vooral als het opgevat wordt als een manier voor de onderzoeker om deelgenoot te worden van het leven van degenen die onderwerp van onderzoek zijn. Al is dat deelgenoot zijn dan maar voor even en heel beperkt. Verschillende technieken zijn bekend om het leven van een gemeenschap gezamenlijk te beschrijven en er inzicht in te krijgen. Wandelingen om te observeren, het in kaart brengen van de fysieke omgeving, de historie vastleggen, de interne en externe netwerken van de gemeenschap uittekenen. Tijdrovende bezigheden maar verhelderend en vaak heel plezierig om te doen. En het werkt naar twee kanten: niet alleen voor de onderzoekers brengt het meer begrip, ook de deelnemers krijgen gezamenlijk een scherper beeld van hun situatie. En dat droeg bij aan de bezwaren van de mensen uit Lushington om weer aan zo'n intensief proces mee te doen. Ze hadden het al eerder gedaan, maar het had hen niets anders opgeleverd dan een scherper bewustzijn van hun problemen, van waar het hen aan ontbrak. Veel dingen waren aangeraakt maar daar was het bij gebleven. De uitkomsten waren verdwenen in de ivoren torens van de wetenschap, de machinerieën van de overheid of de magische kookpotten van de NGO's. En de mensen van Lushington bleven zitten met het gevoel misbruikt te zijn en alleen achter te blijven zonder dat er iets aan de geconstateerde problemen gedaan werd.
|
|
|
Het project facilitatie programma van Afesis-corplan, de NGO uit East London (Zuid Afrika) kon in dit geval uitkomst bieden. Gefinancierd door de Nederlandse Ambassade was het bedoeld om steun te verlenen aan gemeenschapsontwikkeling gebaseerd op besluitvorming door de degenen die de ontwikkeling aangaat, zoveel mogelijk gebruik van eigen, lokale middelen van de gemeenschap en het verminderen van hun afhankelijkheid. Een open programma zonder vakmatige inperking en geen andere middelen ter beschikking stellend dan ervaring en toegang tot informatie en expertise. Een crèche in Bofolo, het township bij Fort Beaufort, wilde een betere ruimte en kreeg advies bij het schrijven van een projectvoorstel voor het Nelson Mandela Kinderfonds. Met de bewonersorganisatie van Ilinge bij Queenstown werd in drie dagen een plan van aanpak voor het township opgesteld. Voor de invulling van een open ruimte in CCLloyd Township werd met de bewoners de opdracht aan een architect opgesteld voor een bouwplan dat de buurtontwikkelingsorganisatie verder kon laten uitvoeren. Voorbeelden van een brede variëteit van projecten en onderwerpen waarmee het project facilitatieteam bezighield. |
|
En Lushington, genoemd naar het riviertje dat uitmondt in de rivier de Kat. Een prachtige vallei waar het turbulente verleden van verzet tegen kolonisatie nog voelbaar en soms tastbaar aanwezig is. In de negentiende eeuw het domein van de chiefs Maqoma en Tyali, roemruchte afstammelingen uit het koninklijke huis van Tshawe. Uiteindelijk verdreven en hun land ontnomen door de Britten. Een tijd waarin het Xhosa gezegde ontstond: “omasiza mbulala” , “zij die komen om te helpen, komen om te doden”. Lushington, lokaal bekend als Cangca, bestaande uit de vier nederzettingen Khayelitsha, eLundini, eKuphumleni en eLukanyisweni, gevestigd in de jaren '80 na de vorming van de bantustan Ciskei. Met verspreid wat koloniale boerenwoningen en een oud natuurstenen kerkje met begraafplaats. Zo'n 1600 mensen waarvan veel voormalige landarbeiders die nu met kleine veehouderij en seizoenswerk in hun levensonderhoud voorzien. Of met een baantje in Fort Beaufort of Alice en veel met een ouderdoms- of invaliditeitsuitkering. Niet verwonderlijk, voorspelbaar, dat uit hun uiteindelijke deelname aan het onderzoek het verkrijgen van inkomen als prioriteit naar voren kwam naast het verbeteren van de school en agrarische ontwikkeling. En als kans om geld te verdienen werd de “wattle tree”, een acacia soort, geïdentificeerd; een uitheemse boom die snel voortwoekert en veel water aan de grond onttrekt. Reden voor het Ministerie van Bosbouw en Water om het verwijderen ervan actief te ondersteunen. Economisch interessant omdat de gekapte bomen hout leverden voor omheiningen, om te stoken en voor de productie van houtskool, wat afgenomen zou kunnen worden voor het smelten van siliconen. |
Dus Afesis-corplan had nu ook een wattle tree project. Niet dat het enige expertise in houtverwerking had; iets wat in het begin de teamleden weleens verontrustte. Maar het principe van het project facilitatie team was: het gaat er niet om de middelen en expertise die wìj meebrengen maar om hoe de ‘klanten' kunnen verkrijgen wat zij te kort komen voor hun eigen ontwikkeling, zowel aan kennis als aan andere middelen. Niet in de plaats gaan staan van een gemeenschap maar hen steunen in een drijvende rol. Dat geen materiële bijdrage van Afesis-corplan verwacht mocht worden was aanvankelijk een teleurstelling voor de mensen uit Lushington maar die veranderde snel in waardering voor de gehanteerde aanpak. Die bestond eigenlijk vooral uit het stellen van vragen: moeilijke vragen, stomme vragen, vragen naar wat men precies wilde en waarom en wat er aan gedaan kon worden. Waarom de bomen niet al gekapt werden en het hout gebruikt, hoeveel verkoop op zou kunnen leveren, welke kosten daar eerst voor gemaakt moesten worden, wie het zou willen kopen, hoe het georganiseerd zou kunnen worden, of het een privé onderneming zou moeten worden of gemeenschappelijk eigendom. De hele reeks vraagstukken die bij het opzetten van een project successievelijk moeten worden aangepakt. Waar men misschien wel eens over had nagedacht maar nu oplossingen voor moest bedenken. En dat gebeurde, waar mogelijk werden de oplossingen toegepast en gaandeweg kreeg het project vorm.
|
|
|
Een project comité werd gekozen, besprekingen werden geopend met vertegenwoordigers van ministeries, een potentiële afnemer van omheiningspalen werd gevonden in Queenstown, een bedrijf geïnteresseerd in het opzetten van houtskoolproductie en de gegarandeerde afname ervan, een bezoek werd gebracht aan Ndakana waar al zo'n project draaide. Alles met beperkte middelen waarbij Afesis-corplan alleen af en toe insprong om het gemis aan practische middelen als telefoon, vervoer en fotokopieerapparaat op te vangen. En uiteindelijk werd de wattle tree daadwerkeljk ook gekapt. Een productieve en plezierige samenwerking die de tweewekelijkse trip naar de vergaderplaats in en bij een vervallen koloniaal huis tot een ontspanning maakte. Het plezier werd bijna vergald toen voor een vergadering een oude Mercedes het terrein opkwam met vier zwaargebouwde mannen erin. Ze voerden een lange woordenwisseling met het comité waarna de leider zich zich tot Afesis-corplan wendde: “Ik ben Chief Maqoma en niets kan hier gebeuren zonder mijn toestemming!”. Het werd voor kennisgeving aangenomen, de mensen van Lushington lieten er zich niet door verstoren en handelden het op hun eigen manier af. Misschien net zoals ze dat in de tijd van de bantustans gewend waren.
|
meer in :
link: |
Omasiza mbulala - zij die komen om te helpen, komen om te doden, het gezegde ontstaan in de tijd van de illustere voorvader van deze “chief”. Hij was zeker niet gekomen om te helpen, maar kreeg ook geen kans om dit project te doden. Helpen of doden, zo zwart/wit als in de tijd van de kolonisten ligt het meestal niet meer. Het gebeurt juist vaak tegelijkertijd en leidt hulp tot verlies van onafhankelijkheid en vrijheid, traditie en cultuur. En heeft ontwikkeling negatieve effecten op het dagelijks leven van degenen ten bate van wie het wordt ondernomen. Reden voor de ontwikkelingswerker voorzichtig en kritisch te zijn en permanent te kijken naar de eigen praktijk en wat het teweegbrengt. En de doelgroep centraal te houden in het ontwikkelingsproces. Zelf niets te veranderen, maar ook niets als vaststaand aan te nemen, ofwel niets aan te raken maar ook niets onaangeraakt te laten. Het tegendeel van “omasiza mbulala” . Amsterdam, juli 2008 |
literatuur: |