|
"De Bantu moet leren werken, Naar verluidt een uitspraak van de oude Oostenrijker die in 1992 het Micro Projecten Programma van de Europese Commissie (ECMPP) in Zuid Afrika kwam leiden. Het programma subisdieerde de kosten van infrastuctuur voor gemeenschapsontwikkeling onder de voorwaarde dat de bewoners vrijwillig de arbeid leverden. Voor de bewoners van eLuxolweni in East London de kans om een gemeenschapscentrum te bouwen. Maar een project wat een paar maanden zou duren en daarom onmogelijk uit te voeren met vrijwillige onbetaalde arbeid. Mensen moeten eten en het geld daarvoor moet komen van baantjes in het nabije stadscentrum. Een probleem dus bij zo'n groot project. De oplossing, loon betalen met zelfgeworven fondsen, was niet toegestaan maar moest uiteindelijk geaccepteerd worden omdat er toch succesvolle projecten getoond moesten worden in Brussel. De Oostenrijker bleef niet lang maar werd overgeplaatst naar eén van de buitengewesten van de voormalige Sovjet Unie. Het gemeenschapscentrum werd gebouwd door mensen uit de buurt die blij waren voor korte tijd een klein inkomen te hebben. |
eLuxolweni gemeenschapscentrum, bijna af |
In de jaren tachtig recruteerde het Amerikaanse Peace Corps vrijwilligers voor werk in ontwikkelingslanden zoals Swaziland. Veelal jongeren die net hun opleiding hadden voltooid, maar ook ouderen soms zelfs bijna bejaarden. Vliegtuigen werden ermee gevuld en in het land van aankomst werd de inhoud uitgevent aan lokale organisaties. Zo werd het Manzini Industrial Training Centre plotseling een loodgieter rijker. Bud, een middelbare man met baseballpet, die dus ook een nieuwe opleiding moest opzetten, de afdeling loodgieten. Geen eenvoudige taak ook niet met slechts een kleine groep leerlingen onder zijn hoede. Die waren echter best wel tevreden met Bud, niet in het laatst met de gehele eigen invulling van het lesprogramma. Dat bleek vooral te bestaan uit het onderrichten over de zegeningen van de Amerikaanse democratie en het christendom. Met het plaatselijke park als klaslokaal en blikjes cola aangeboden door de leraar. Ook Bud maakte het niet lang, zijn vrouw kreeg heimwee. Ze had, als gediplomeerde verpleegkundige, geen rol voor zichzelf kunnen vinden in Swaziland. |
Een Oostenrijker, een Amerikaan, beiden buitenstaanders met hun eigen agendas, extreem, nogal onverbloemd, onbeschaamd ook. Armoedebestrijding, ontwikkelingshulp, aanpak van achterstandswijken, doelgroepen en gebieden die genoeg reden geven er veel aandacht en middelen aan te besteden. En de problemen lijken duidelijk genoeg om daaraan richting te geven. Toch ligt het niet zo eenduidig. De waarneming van de problemen is niet een onbevangen gebeuren, gespeend van iedere vooringenomenheid. Eigen agenda's, open en verborgen, belangen, ambities, culturele bagage, normen en ideologie geven tekening en invulling van het beeld van de werkelijkheid die men aan wil pakken. En de macht over middelen geven de buitenstaander de mogelijkheid om, op basis van die eigen interpretatie, andermans werkelijkheid ingrijpend te veranderen.
|
|
B-Hostel: voor en na het opknappen |
Midden jaren negentig begint het opknappen van het B-Hostel in Duncan Village (East London, Zuid Afrika) eindelijk serieus vorm te krijgen. Politiek gevoelig en daarom moet intensieve voorbereiding met de bewoners ervoor zorgen dat het tot een goed einde komt. Howard, een Britse vrijwilliger bij de bewonersorganisatie speelt daarbij een sleutelrol. Hij is een voorstander van planning tot in de puntjes maar ook een zelfverklaard Stalinist. Een wat wonderlijke samenwerking ontstaat tussen hem en twee christelijke studenten uit Nederland die voor een jaar zijn toegevoegd aan de gemeente in East London (nu Buffalo City). De B-Hostel moet een woningcoöperatie van de bewoners worden is hun idee. Een nieuw concept voor Zuid Afrika, vertrouwd in Nederland en Engeland. De gemeente East London is enthousiast en ziet het als een kans om van het hele complex af te komen inclusief alle infrastructuur zoals wegen en rioleringen. En de laag opgeleide, weinig verdienende bewoners? Hun belangrijkste vertegenwoordigers grijpen uiteindelijk de kans aan om een eigen woning elders in de buurt te krijgen en vertrekken. De B-Hostel wordt geen woningcoöperatie en molensteen rond de nek van de bewoners maar blijft gemeenteeigendom. Howard en de studenten zijn dan alweer lang en breed vertrokken.
|
Het overplaatsen, ‘verkopen' van concepten en modellen is een gebruikelijke praktijk in de internationale ontwikkelingshulp. Dat krijgt daardoor vaak meer het karakter van handelsbevordering, met exportsubsidies en al. En soms dringt het laatste de vraag of het ‘product' een passend antwoord op een lokaal probleem biedt volledig naar de achtergrond. Korte tijd na de Tsunami kwamen vertegenwoordigers van de samenwerkende hulporganisaties en de vele lokale en particuliere initiatieven bijeen in Den Haag. Bedoeld om de verschillende activiteiten enigszins op elkaar af te stemmen, leek het meer op een competitie om wie het snelste of het beste werkte, en natuurlijk om een deel van de vele miljoenen die waren binnengestroomd. Eén lokale organisatie presenteerde haar plan om weeshuizen te bouwen voor kinderen die door de ramp hun ouders waren kwijt geraakt. “Ja, de regering daar is er tegen, maar we doen het toch...” Ze blijken al tot samenwerking te hebben besloten met een bedrijf dat een nieuwe bouwmethode propageert. Het product is niet erg geschikt voor woningbouw maar weeshuizen kun je er wel van maken en dat moet dan maar of ze nou gewenst zijn of niet. |
|
Sociale huisvesting, huizenbouw en beheer door instituties als corporaties, verenigingen of stichtingen, is vanuit West Europa en Noord Amerika actief gepromoot in Zuid Afrika. Een nuttig concept maar met een moeizaam introductieproces. Omdat het nieuw is en overgeplaatst wordt in een vorm die elders in een andere context is uitgekristalliseerd. Na terugkeer van enkele jaren werken aan de opbouw van een woningcorporatie in Zuid Afrika besluit een Nederlandse huisvestingsdeskundige zijn presentatie voor collega's met de woorden: “en zo bouwen we daar huizen voor de armsten van de armen!”. En dat na te hebben uitgeweid over de manieren waarop het risico van huurachterstanden vermeden moet worden. Huren die hoger zijn dan het inkomen van de armsten van de armen, de werklozen die zich van dag tot dag met kleine klusjes of handeltjes in leven moeten houden. En niemand van de aanwezige deskundigen doet daarover zijn mond open. |
|
typisch voorbeeld van sociale huisvesting
|
“Niet arm genoeg” is de bevinding van de vertegenwoordiger van de Britse organisatie “War on Want” na een bezoek aan Seymour, een klein plaatsje zo'n 150 kilometer ten westen van East London. Hadden ze daarvoor hun beste beentje voorgezet, zich opgedoft en een kip geslacht. “Weten jullie geen andere créche, die armer is?” vraagt de Nederlandse bedrijfsdelegatie die zelfgeslepen potloden wil overhandigen aan arme kinderen. Want als we dan met onze goede bedoelingen naar Afrika gaan willen we thuiskomen met rapporten, verhalen en beelden over de schrijnende armoede die we hebben aangepakt. En als de werkelijkheid dan niet erg genoeg is naar onze zin, dan maar een portie overdrijving toegevoegd, als een soort Viagra voor de eigen prestatie |
lees ook: "De overheid komt binnen"
|
Ingrijpen in de werkelijkheid, de leefwereld van anderen met het idee die beter te maken. Overheden, professionals, organisaties, particulieren, een breed scala van actoren die ieder een eigen missie uitvoeren. Die een agenda hebben die voor een groot deel wordt bepaald door een zelf gevormd beeld van wat die werkelijkheid is en hoe die veranderd zou moeten worden. Maar de mensen om wie het gaat, de doelgroep, zijn meestal nauwelijks in staat op dat beeld invloed uit te oefenen of het af te wijzen. Hulp is meestal hoognodig als het om de verbetering van de slechte levensomstandigheden gaat. Anders had men het zelf wel gedaan. En daarom kan het ‘aanbod' nauwelijks geweigerd worden, hoe het er ook uitziet. Maar dat betekent een machtspositie die noopt tot grondige zelfreflectie door degenen die zich met hun middelen in andermans leven dringen. Onderzoek van wat men daar wil bereiken en waarom. Dat gaat dan om alles wat daarop bewust of onbewust van invloed is: zoals ambities, belangen, ideologie, kennis, normen, gevoelens en culturele bagage. En uiteindelijk om een antwoord op de vraag wat de mensen eraan hebben die men pretendeert te willen helpen. |