Afval

“Mijn vrouw doet elke dag het eten wat overblijft in plastic zakken en vriest het in. Op vuilnisdag zet ze het in een aparte zak buiten voor de vuilnisophalers zodat het later nog gebruikt kan worden.” Een oudere, blanke, gemeente-ingenieur vertelde het tijdens een pauze in de East London Future Search Conference in 1996. Eerst roept het verhaal weerstand op, maar langzamerhand veranderde dat in een soort waardering: in ieder geval iemand die denkt aan degenen die moeten leven van wat anderen verspillen.

Iedere maandagochtend, al voor 8 uur, zit er een man in blauw werkpak tussen een verzameling vuilniszakken op de hoek van Sandown en Epsom Roads in Stirling. Hij doorzoekt ze en haalt eruit wat nog bruikbaar is voor hem.

Langs de oever van de Amalinda fokte Adam varkens in ruimtes gevormd met oude autobanden en sloopmateriaal. Hun voedsel verzamelde hij 's avonds met een kruiwagen in eLuxolweni. De bewoners hingen buiten aan hun hutten emmers en blikken met de etensresten van de dag; niet meer bruikbaar voor de bewoners van eLuxolweni, goed genoeg voor de varkens.

 

Tallozen moeten leven van wat de welvarende maatschappij weggooit, verspilt. In East London is de gemeentelijke vuilnisbelt bij Second Creek eén van de plaatsen waar afval wordt gestort. Het is de bedoeling dat die gaat sluiten en dan worden er misschien sportfaciliteiten op gebouwd. Zover is het echter nog niet; iedere dagen blijven tientallen trucks hun ladingen vuil storten. Meeuwen en ratten zwermen eropaf, en mensen. Ze graaien door het vuil op zoek naar voedsel of iets anders bruikbaars, voor zichzelf of om te verkopen. Hout, golfplaat, karton, nuttig voor de bouw van hutten; kleren die nog gebruikt kunnen worden; lege flessen om te verkopen. Het is verbazend wat er allemaal nog waarde heeft voor hen. Zelfs voedsel met schimmel of wormen wordt als eetbaar beschouwd, noodgedwongen.


Amalinda River

In de Second Creek komen de Amalinda en Umzoniana riviertjes bij elkaar om uit te monden in de Buffalo River die iets verderop in de haven van East London eindigt. Prachtige stromen en oeverstroken, maar verwaarloosd en vervuild, zoals het meeste van het gebied waar ze doorheen stromen, de sloppenwijken van Duncan Village en omgeving. De vuilstortplaats ligt hier in een soort halve kom die lijkt te zijn uitgebeten uit de heuvelrug die zich uitstrekt tot aan het eind van de haven. Hoog bovenop die heuvelrug ligt een nederzetting met bijna 300 hutten. Een prachtige plek, een top lokatie eigenlijk, met uitzicht over de rivier en naar de haven. Dicht bij het centrum en te voet ben je zo op de Westbank, het belangrijkste industriële centrum van East London, waar vooral de Mercedes fabrieken domineren. Een goede plek om een bestaan op te bouwen. Als je een baan heb tenminste en dat is waar het de meeste mensen in Second Creek aan ontbreekt. En daarom schijnbaar gedoemd om af te dalen naar de vuilstortplaats en als aasgieren bij elkaar te graaien wat de samenleving wegwerpt.

Links de Second Creek met de gemeentelijke afval stortplaats in het midden. De hutten erboven aan de rand en rondom het schoolsportveld. Rechtsonder een stukje van de Buffalo River met de bruggen die het stadscentrum met de Westbank verbinden.
plattegrond


bewoners van Second Creek bij het schoolsportveld

De gemeenschap van Second Creek kreeg nationale bekendheid in Zuid Afrika toen de nationale omroep, SABC , in het programma ‘Special Assignment' er op 21 februari 2006 een reportage over uitzond: “Bottom of the Heap” . Uit het commentaar: ”Mensen zijn boos. Ze hebben het gevoel dat niemand zich druk maakt over hun leefomstandigheden. Overal ligt vuil. Meer dan dertig jaar zijn aan deze gemeenschap niet eens de meest basale diensten verleend. Hun hutten staan bovenop elkaar. Gezinnen zijn geplaagd door honger. Ze hebben geen banen, en geen hoop er eén te krijgen.” Maar er zijn momenten geweest waarop wel is geprobeerd hun leefomstandigheden te verbeteren. In 1994 werd een plan gemaakt om er huizen voor ze te bouwen. Opgesteld door Afesis-corplan en het zou uitgevoerd worden door de ontwikkelingsorganisatie van Buffalo Flats, het voormalige kleurlingengebied waar Second Creek ondervalt. Het plan werd afgewezen vanwege de nabijheid van de afvalstortplaats, die overigens toen al voor sluiting was voorbestemd.

In anticipatie van die sluiting werd in 1997 een andere aanpak bepleit door Afesis-corplan in een voorstel voor een “Rehabilitation Study”. Een studie, een onderzoek, om tot een plan van aanpak te komen waarmee het gebied gerehabiliteerd kon worden en optimaal gebruikt door de mensen die er in en omheen wonen. Omgevingsfactoren, economisch en geografisch, sociaal-economische situatie van de bewoners van Second Creek en de buurt er omheen, inventarisatie van belangen, behoeften en de ontwikkelingskansen in de omgeving. Elementen die een integraal plaatje van Second Creek en het aanwezige potentieel konden vormen als basis voor een langdurige aanpak. Een centrale plaats in het voorstel werd ingenomen door een “Community Upliftment Programme”. Gemeenschapsontwikkeling waarmee op korte termijn kleinere projecten uitgevoerd zouden moeten worden die onmiddellijke verbeteringen in het bestaan van de hutbewoners zouden moeten brengen. Stappen vooruit die ook de samenhang en samenwerking versterken, zowel onderling als met instituties van buiten. Het ontwikkelingsprogramma bedoelde “hoop te brengen, maar ook een kans om een cyclus van actie en leren te beginnen voor de bewoners en de capaciteit te vergroten om betekenisvol deel te nemen in een toekomstig ontwikkelingsproces.”

Het voorstel werd overgenomen door de buurtontwikkelingsorgansiatie, de Buffalo Flats Community Development Trust (BFcdt), die er de financiering voor zou werven. Maar het kreeg geen prioriteit en het plan verdween onder het stof en de bewoners van Second Creek bleven in het vuil zitten. Nu, meer dan tien jaar later en twee en een half jaar na de SABC uitzending zijn er tekenen dat er verandering op til is. In ieder geval dat er serieus aan gedacht wordt bij de gemeente. In augustus, jongstleden, produceerde de gemeente Buffalo City het rapport van een “Baseline Study” die tot doel had om de huidige situatie vast te stellen en als “basis voor planning te dienen”. Een conventioneel onderzoek waarbij alle hutten dus met vragenlijsten werden benaderd. Soms nogal overbodige vragen, want je hoeft niet 256 keer te vragen naar de aanwezigheid van straatverlichting, dat kun je zo wel zien.

 

Wat ontbreekt is informatie over de manier waarop de huishoudens van Second Creek in hun dagelijks bestaan voorzien. Het lijkt erop dat is uitgegaan van eén hut is ook eén huishouden, terwijl de gangbare definitie van huishouden wordt gegeven mensen die samen wonen en uit eén pot eten. Verscheidene gevallen komen voor in de database van mensen met dezelfde achternaam in opeenvolgend genummerde hutten, wat lijkt te duiden op eén huishouden dat in meerdere hutten woont, een niet ongebruikelijke situatie. Hoe die huishoudens in hun bestaan voorzien blijft goeddeels onopgehelderd. Van de volwassenen zegt 60% werkloos te zijn en geeft 63% geen antwoord op de vraag naar hun inkomen. Degenen die wel antwoord geven komen met extreem lage bedragen. Waarvan men leeft blijft goeddeels een raadsel. Niet van overheidsuitkeringen want die zijn er weinig. Simpelweg veronderstellen dat iedere werkloze daar dus van afval leeft is een te snelle conclusie. Men heeft een inkomen, in geld of in natura, verdiend, gekregen of gestolen, anders kan men zich niet in leven houden. Dat inkomen wordt verkregen aan huis, misschien door het fokken van honden, in de buurt, van de stortplaats bijvoorbeeld, of verder weg met auto's wassen in het centrum of misschien met grasmaaien op de Westbank. Belangrijk om de economische basis duidelijk te krijgen en de bestaande bindingen tussen de afzondelijke huishoudens en aan de lokatie. En dus ook of de huidige economische activiteiten mogelijkheden bieden voor verdere duurzame ontwikkeling.

 

Een onderzoek met beperkingen dus, maar vaak zijn zulke enquêtes ook niet veel meer dan een soort rituelen zonder veel consequenties. Het resulterend rapport dient dan als bewijs dat men serieuze bedoelingen heeft en daarna vindt het een stoffige rustplaats op een plank. Vaak bovenop eerdere onderzoeksrapporten die ook snel vergeten waren. En men gaat verder met wat men toch al van plan was, op de manier waarop men het altijd aanpakt en als de tijd en de omstandigheden er voor rijp geacht worden. In het geval van Second Creek zullen de plannen zich vooral concentreren op woningbouw. Logisch, de woonomstandigheden zijn er miserabel. Opties van wat men kan bouwen zullen afgewogen worden, het aantal woningen, hoogbouw zal overwogen worden. Misschien zelfs herhuisvesting elders omdat de grond zulke goede winstkansen biedt voor projectontwikkelaars. Terwijl voor de huidige bewoners er bijna zeker geen betere plek te vinden is die binnen handbereik kansen biedt voor een bestaan als zelfstandige of als werknemer. Opties waartussen gekozen moet worden, een keuze die vooral de mensen van Second Creek aangaat en waar ze een prominente rol in moeten spelen. Omdat het voor hen verder gaat dan het oppakken van wat hen toegeworpen wordt. Nu eens geen afval van een ander, maar een kans op een eigen huis die ze maar eén keer in hun leven krijgen. Een injectie van kapitaal in hun bestaan met enorme consequenties, positief bedoeld maar die ook negatieve effecten kan hebben.

Maar het zal nog even duren voordat het zover is, die dingen gaan niet snel. In de tussentijd is er echter genoeg te doen en hoeft men niet stil te zitten. Armoedebestrijding gaat veel verder dan het verschaffen van woningen en infrastructuur. Waar zulke grote achterstanden bestaan moeten ze permanent worden aangepakt in alle aspecten en gericht zijn op verbetering van ontwikkelingskansen op korte en lange termijn: veiligheid, voeding, inkomen, lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. In grootschalige programmas en met kleine stapjes, gemeenschapsontwikkeling – “community upliftment”. En waarmee begonnen kan worden is allang bekend. Enkele tientallen mensen in Second Creek hebben geen identiteitsbewijs of zelfs geboortecertificaat, waardoor ze niet de uitkering kunnen krijgen waar ze recht op hebben vanwege leeftijd (bejaarde of kind) of handicap. Het blijkt weer uit de enquête en ook in het SABC programma kwam het naar voren. Dat moet toch gemakkelijk op te lossen zijn voor Mbulelo Sogoni, de nieuwe premier van de Eastern Cape Province. Voor hem moet het een kleine moeite zijn om die broodnodige inkomensstroom naar Second Creek mogelijk te maken door er een paar ambtenaren opaf te laten sturen.

Er schijnt echter iets te zijn met ambtenaren wat hen in de comfortabele omgeving van hun kantoor houdt, zeker als ze bezig moeten zijn met sloppenwijken. Bang om vuil te worden, ziektes op te lopen, de wielen van hun auto kwijt te raken, de confrontatie met de misère, het geen antwoord kunnen geven op de vragen, kritiek en eisen van de bewoners. Achter je bureau zit je beter, daar kom je deze gevaren niet tegen. En dus zijn er klachten over het weinig of niet verschijnen van sociale werkers en gezondheidsdiensten, terwijl er overduidelijk een taak voor hen ligt, ieder dag weer. Maar misschien zijn ze simpelweg overbelast en zijn er te weinig mensen en middelen beschikbaar gemaakt om de armoede te bestrijden; een kwestie van prioriteiten dus, een poliktieke keuze.

 

Het is evident dat de gemeenschap van Second Creek jarenlang geen prioriteit heeft gekregen van de overheid en zelfs niet van de bewonersorganisatie van Buffalo Flats. De schade die daardoor is aangericht zal moeilijk achteraf vast te stellen zijn. Maar dat de ernstige achterstandssituatie de ontwikkeling van toch al weer enkele generaties kinderen negatief heeft beïnvloed ligt voor de hand en kan misschien door de nabije scholen en klinieken verduidelijkt worden. De bevolking van Second Creek is gevangen in een web van armoede wat haar ontwikkeling tegenhoudt.

www.buffalocity.gov.za
www.afesis.org.za
www.sabcnews.com/specialassignment/

Enquêteurs zijn van deur tot deur gegaan, mogelijk zijn beloftes gemaakt, maar in ieder geval verwachtingen gewekt. Second Creek moet aangepakt worden, de armoede ongedaan gemaakt en het gebied gerehabiliteerd met de bewoners in de centrale rol. Dat vereist een visie op hoe beide volwaardig kunnen functioneren binnen de stedelijke samenleving en structuur. Een visie die omvattend is en leidt tot een programma voor de ontwikkeling van het menselijke, sociale, natuurlijke, fysieke en economische kwaliteiten van bewoners en omgeving. Het samenstellen van zo'n programma hoeft niet in de weg staan van het onmiddellijke verbeteren van de omstandigheden van de mensen die nu op de rand van de afvalberg leven. Kleinere stappen kunnen nu al ondernomen worden om de schrijnende achterstanden weg te werken. Voedselvoorziening, beter onderwijs en meer opleiding, gerichte gezondheidszorg, inkomensverbetering, veel dringende behoeften schreeuwen erom aangepakt te worden. Het gebied en de mensen hebben volop potentieel daarvoor, het is tenslotte een toplokatie. En als de overheid dat niet allemaal tot haar taken rekent moet ze er wel kunnen voor zorgen dat anderen in die leemte voorzien. Het web moet doorbroken worden en iemand moet het doen!

meer in :
"De overheid komt binnen "
"De Bantu moet leren werken"
"Komen om te helpen"
"Welke kerk dan ook"

"Tussen droom en daad"

De bewoners van Second Creek wachten erop, al jaren. In de tussentijd wachten ze ieder dag weer op de trucks die ons afval voor hun deur dumpen. Omdat ze daarvan moeten overleven, zoals Thuthiwe Rwexu die vertelde bij de SABC dat ze “naar de stortplaats gaat om te graven naar voedsel zoals brood. Soms zit het vol maden die ik ervan afschud. We eten ook rot vlees dat we van de vuilnisbelt halen.”

En ondertussen gooit iedere Nederlander per week gemiddeld meer dan eén kilo voedsel in de vuilnisbak. Voedselcrisis.

naar startpagina

Amsterdam, oktober 2008