Waar je mee omgaat

Wat is de meerwaarde van menging in de wijken?

Prachtwijken moeten het gaan worden, dat heeft het kabinet besloten na honderd dagen toeren door het land. Veertig buurten met teveel problemen zijn aangewezen om intensief aangepakt te worden.   De woonomstandigheden in de huizen en de wijken   zijn slecht, te veel mensen zijn werkloos, het onderwijspeil is onvoldoende, de onveiligheid is te hoog, de bevolking is eenzijdig samengesteld en de verschillende bewonersgroepen leven langs elkaar heen.   Niks nieuws, maar de huidige ideëen zijn in ieder geval een welkome verandering ten opzichte van de tijd dat de achterstandswijken nog wel eens betiteld werden als onontkoombare afvoerputjes.   Of nog eerder toen de sloop van complete buurten werd voorgesteld.   Nu vallen er termen als herstructuring, onderwijsverbetering, integratie, opvoedingsondersteuning, versterking van de sociale cohesie en wat al niet.   Grote en kleine plannen waarvan de bedoelingen goed lijken, maar die toch nog vraagtekens oproepen, met als belangrijkste vraag: wat levert het op?  

 


Niet altijd zijn de initiatieven duidelijk in wat men er mee wil bereiken en ook blijft het nog een open vraagt wat de werkelijke effecten zijn.   Dat heeft er onder meer mee te maken dat zoveel verschillende instanties een rol in het geheel spelen.   Die zijn vooral te vinden uit de kringen van overheid, huisvestingssector en het sociaal-culturele werk.   Daarbij moeten natuurlijk ook anderen zoals de ondernemerswereld en het onderwijsfront hun bijdrage leveren.   En, oh ja, er zijn natuurlijk ook nog de bewoners.... Allemaal met verschillende rollen en ambities en dus eigen bedoelingen.   Grofweg is de oorzaak van de problemen samengevat met: de bevolking is te eenzijdig samengesteld met een hoge concentratie van bewoners met lagere inkomens en opleidingen.   Een extra dimensie is dat fricties voorkomen omdat het grote allochtone bevolkingsdeel te weinig in de nederlandse samenleving ingepast is.   De voorgestelde aanpak van de problemen omvat met name herstructurering van de wijken en het versterken van de sociale samenhang tussen de bewoners.

 

 


 


 


Herstructurering wordt ondernomen met het doel een betere menging van verschillende inkomensgroepen tot stand te brengen.   Daartoe worden goedkope huurwoningen vervangen door duurdere of door koopwoningen en op de markt gezet voor mensen met midden en hoge inkomens. Dit sluit naadloos aan bij de huidige situatie van tekort aan koopwoningen waardoor de vraag verschuift van de betere wijken naar de minder gewilde.   Daarnaast past het ook aardig bij de huidige rendementsdoelstellingen van de woningbouwcorporaties.   Vaak, maar niet altijd, komen de aangeworven nieuwe middeninkomens van buiten de wijk en vervangen een aantal van de oorspronkelijke bewoners, die dus verplaatst worden.   En en-passant verbeteren de wijkstatistieken voor werkgelegenheid, inkomens en opleidingsniveaus door dit vervangen van lager opgeleide, minder verdienende, vaak werkloze bewoners door burgers die het allemaal wel voor elkaar hebben gekregen.   En dat is dan mooi meegenomen.   Bovendien moeten de achterstandswijken leefbaarder gemaakt worden om ze voor de middenklasse aantrekkelijk te maken en de nieuwe koopwoningen verkoopbaar.   Een ontwikkeling waar niemand echt slechter van lijkt te worden (behalve dan misschien de uitgeplaatste bewoners).

 

De lokale economie kan gestimuleerd worden door de aangelokte hogere inkomens.   Een deel ervan zal in de buurt besteed worden en een aantal zaken zullen daar wel bij varen.   In hoeverre dat gebeurt hangt er natuurlijk wel vanaf of wat zij te bieden hebben aansluit bij de koopgewoonten van de nieuwe bewoners.   Dat heeft te maken met zowel hun producten en diensten als met andere factoren zoals parkeergelegenheid en openingstijden.   Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat de lokale middenstand zich verandert om beter te profiteren van de wensen van de dikkere portemonnees.   Een slagerij wordt delicatessenzaak, de buurtkroeg een trendy eetcafé.   Zaken heroriënteren zich en nieuwe melden zich aan om hun graantje mee te pikken.   Huren van winkel- en bedrijfsruimtes worden hoger en de onroerend goed belasting volgt de opwaartse trend van de buurt. En dat moet door de klanten opgebracht worden, ook die met een krappere beurs.   De verschuivingen in de bevolkingssamenstelling kunnen zodoende de oorzaak zijn van veranderingen in het zakelijke aanbod binnen een wijk die een verarming voor de lagere inkomens kunnen betekenen. Hetzelfde zou ook kunnen gebeuren met andere voorzieningen als bijvoorbeeld het jaarlijkse schoolreisje niet meer een dagje naar het Openluchtmuseum in Arnhem is maar een weekendje Parijs.   En dat gaat gepaard met een hoger prijskaartje voor de ouders van de leerlingen.   Uitsluiting van bepaalde voorzieningen en diensten zou het meest extreme gevolg van de import van hogere inkomens in een wijk kunnen zijn.
 

En uitsluiting gaat linea recta in tegen de doelstelling om de verschillende bewonersgroepen met elkaar te integreren en de sociale samenhang in een wijk te bevorderen.   Een samenhang die toch al op de proef wordt gesteld door herstructureringsoperaties waarbij nieuwe bewoners binnengehaald en oude uitgeplaatst worden.   Netwerken worden daarbij verstoord en historisch gegroeide gedragsregels aan nieuwe uitdagingen blootgesteld.   Mettertijd kan dat overkomen worden maar dat is sterk afhankelijk van de opstelling van vooral de nieuwe bewoners.   Het is goed mogelijk dat hun keuze om zich in de wijk te vestigen in de eerste plaats is bepaald door de mogelijkheid voor een redelijke prijs een goede woning te verwerven.   Pas daarna spelen motieven die te maken hebben met de specifieke wijk waarbij dan factoren als ligging ten opzichte van de ringweg en de binnenstad, en het aanwezige voorzieningenniveau mogelijk belangrijker zijn dan een overwogen voorkeur voor de bestaande bewoners.  
 

Integratie van de nieuwe import in de wijk is geen vanzelfsprekende zaak.   In eerste instantie zal die zich vooral blijven begeven in de hun bekende kringen van vrienden, familie en collega's.   De meeste mensen voelen zich het prettigst onder andere mensen met wie ze veel gemeen hebben.   Gelijkgestemden waarvan er in een grootstedelijke omgeving volop te vinden zijn, anders dan in een kleinere, meer geïsoleerde, gemeenschap waarin je het moet doen met wie er verder ook nog leeft.   De noodzaak deel te gaan nemen aan het gebeuren in een wijk is niet dwingend, ontsnappen is mogelijk.   En daar veranderen goedbedoelde buurtontbijten en andere initiatieven nauwelijks wat aan.   Misschien kan nog het meest verwacht worden van kleine kinderen die nog geen rekening houden met maatschappelijke positie, culturele achtergrond of taalgebruik.   Hun negeren van verschillen noopt de ouders misschien tot het overbruggen ervan.   Maar verwacht niet dat door hen de feestjes van hun ouders gevierd worden door een bont gezelschap van mensen varierend van effectenmakelaar tot afgekeurde stukadoor, kunstenaar tot ambtenaar en van personeelsmanager tot bijstandsmoeder.
 

Zo'n samengaan van mensen met zulke verschillende achtergronden, posities, kennis en mogelijkheden moet toch een beetje het ideaal zijn dat gekoesterd   wordt.   En inderdaad zou het enorme mogelijkheden openen voor wederzijdse verrijking en versterking.   Denk maar aan alle steun dat het bovengenoemde illustere gezelschap aan de minst kansrijke deelnemers kan geven.    Maar ook aan de verrijking die het voor de middengroepen kan opleveren door het contact, confrontatie met mensen die anders zijn en denken. Op zijn minst plaatst het vraagtekens bij de als normaal beschouwde eigen levenswijze.   En dat kan nooit kwaad, zeker niet voor leden van de middenklasse die hard op weg zijn naar een gevestigde positie, daar misschien al gearriveerd zijn en die willen behouden.   Een positie waar salaris, hypotheek en pensioen vaak de dominante factoren zijn.   Omgang met, of op z'n minst het observeren van, anderslevenden is een manier om jezelf te heroverwegen, misschien wel te desintegreren en te ontburgeren.   Zeker ook van belang gezien de relatief belangrijk rol die de middengroepen spelen als drijfriem tussen de centra van macht en de lagere regionen van de maatschappij.   Dat die drijfriem niet naar behoren werkt is in feite door de regering gedemonstreerd toen ze honderd dagen uittrok om zelf uit te vinden wat er in het land leeft.   De normale kanalen zoals overheidsapparaat en partijorganisaties voldoen kennelijk in dat opzicht dus niet.   
 


Maar misschien mogen er voorlopig niet teveel positieve dingen verwacht worden van het binnenbrengen van middengroepen in de probleemwijken. Het is een complexe materie die veel kanten kent en per situatie verschillend kan uitpakken en die situaties beginnen al op het individuele niveau.   Maar als het over probleemwijken gaat, gaat het over problemen van mensen en de mate waarin hun leven daardoor verstoord wordt.   Een echte aanpak ervan zal moeten uitgaan van een keuze voor de mensen die het zwaarst geraakt worden en de minste mogelijkheden zelf oplossingen te vinden.   Het bovenstaande heeft echter niet de bedoeling kritiek te leveren op de beleidsvoornemens, maar slechts wat punten aan te stippen ter overweging. Misschien leidt dat tot een concreter antwoord op de vraag wat de meerwaarde is van de menging van inkomens in de wijken en hoe die kan worden verzilverd.

Amsterdam, augustus 2007

naar startpagina