|
Terugkeer naar de stad
Durban, 2 januari 1990, een hete zomerdag in Zuid Afrika. De stranden en de pretparkachtige kuststrook zijn overvol, letterlijk zwart van de mensen. Het is de dag nadat nieuwe wetgeving alle stranden voor iedereen toegankelijk maakte. Apartheid begint aan haar einde te komen. De verbanning van niet-blanken uit grote delen van de stad is voorbij. Naar het strand van de stad, tot nu toe een verzetsdaad, mag nu, is een recht van iedereen. En massaal wordt er gebruik van gemaakt. De zee boezemt bij velen nog wel angst in, men waagt zich er niet zomaar in. Er zijn dan wel netten die haaien op afstand houden, maar toch. Dus als men zich erin waagt dan wel bij de hooggezeten strandwachten onder wiens toeziend oog zich langgerekte menselijke speerpunten in zee vormen. In de vijvers spetteren hele families van jong tot oud rond, in badkleding of in hun gewone kloffie, of wat ze daar nog van hebben aangehouden. Een dichte massa mensen heeft de tijd van haar leven, speelt, eet, drinkt, lacht, praat en maakt muziek. Verdwaasd en hulpeloos staan een paar agenten er tussenin. Een nieuwe orde lijkt aangebroken en de handhavers van de oude weten het even niet meer. |
|

Stirling |
Maar de oude orde was niet zomaar verdwenen en is nog steeds waarneembaar. Bijvoorbeeld in Stirling, een middenklassewijk niet ver van het centrum van East London, een kleinere kustplaats ingeklemd tussen de toenmalige Bantustans, Transkei en Ciskei. Brede straten en wegen van asfalt tussen vrijstaande huizen met vaak weldadige tuinen omringd door manshoge muren met hoge toegangshekken. Besloten domeinen vaak toegerust met zwembad en braaplaas en soms biljartkamers en ‘entertainment areas'. Plekken erop ingericht om je vertier binnen te zoeken met je verwanten en vrienden. Weg te blijven van de buitenwereld en als die toch binnen gegaan moet worden dat te doen met de auto, het mobiele privédomein. Een wijk als een archipel met eilandjes gescheiden door openbare ruimtes die zo snel mogelijk gepasseerd moeten worden en verder vermeden. |
| |
Behalve dan door het huispersoneel, de dienstmeiden en tuinlieden. Vroeger veelal wonend op het erf van de werkgever in ‘servantsquarters', dienstbodekamertjes achter in de tuin. Maar daaruit grotendeels verdreven door de lucratieve verhuur aan consultants en dergelijke. Gewoon voor eigen gebruik door de eigenaar en omdat die het personeel niet verder aan het privédomein wil laten deelnemen dan het schoonmaken van het huis en het doen van de vuile was. Een verdrijving die aanzienlijk heeft bijgedragen aan de onverantwoorde bevolkingsdichtheid en woonellende in Duncan Village en andere ‘zwarte' wijken. En ook hoge reiskosten naar hun werk voor het slecht betaalde personeel betekent. Het alternatief, het bouwen van betaalbare huisvesting binnen hun werkgebieden, wordt ook nu niet serieus aangepakt ondanks dat de ruimte ervoor aanwezig is en het inmiddels een doelsteling van het regeringsbeleid is geworden. ‘Culturele verschillen', ofwel ‘Not In My Backyard', vertaald in praktische bezwaren zijn hier waarschijnlijk de blokkade tussen de droom en daad van de terugkeer naar de stad door de zwarte Zuid-Afrikanen.
|
| 
Southernwood |
“Not In My Backyard' is een ruimschoots achterhaalde positie in Southernwood, een wijk die het oude centrum van East London verbindt met het nieuwe zakencentrum rond Vincent Park. Zo'n honderd jaar geleden ontstaan en voor een groot deel verkaveld in grotere percelen waarop grote huizen zijn gebouwd. Maar ook met een aantal kleine straatjes waaraan kleinere woningen vaak pittoresk maar met lagere sociale status. Het St. Dominics Hospital drukt zijn stempel op de wijk. Eens nam het Malcomess House, een monumentale herenhuis, een centrale plaats in. Maar de eigenaars, een lokale vastgoedonderneming, hebben het letterlijk laten stelen om plaats te krijgen voor de bouw van een winkelcentrum en bezinestation. In Southernwood heeft de terugkeer van de zwarte bevolking zich al voor een groot deel in de negentiger jaren voltrokken. Aantrekkelijk vanwege de nabijheid van werkgelegenheid en onderwijsinstellingen. Ook mogelijk door de aanwezigheid van goedkopere woongelegenheid, met name geboden door de vele flatblokken die in het verleden op de grote kavels vrijstaande huizen hebben vervangen.
|
|
In eén zo'n flatblok woonde in die tijd Richard met zijn vrouw die in het ziekenhuis werkte. Hij was al gepensioneerd en de kinderen waren het huis uit. Een zoon kwam er ook niet meer in, sinds hij met een zwarte vrouw trouwde was hij niet meer welkom bij Richard. Het is een solide gebouw waar die flat deel van uitmaakt. Drie woonlagen boven de halfopen parkeerruimte, in schoonmetselwerk met hardhouten kozijnen, geen tierelantijnen. De flats zijn in het bezit van particuliere eigenaren, een aantal van hen wonen er nog. Anderen verhuren hun flat, maar wilden wel eerst de huurder zien voordat die een huurcontract kreeg. Op de binnenplaats staat nog zo'n blok bestaande uit drie lagen met kamertjes en per laag een toilet en een kraan. Oorspronkelijk gebouwd voor het huispersoneel, nu praktisch alleen nog gebruikt als bergingen. De dienstbodes zijn uit de ‘backyard' verdwenen. Een blank bolwerk aan het begin van de jaren negentig, zorgvuldig beheerd door de Vereniging van Eigenaren (Body Corporate). Vooral bestaande uit ouderen die hier ooit jong ingetrokken zijn en hier een rustige oude dag hoopten te genieten. Maar die rust kreeg een andere invulling dan ooit gedacht. Ook het bolwerk opent zich en de eerste zwarten trekken erin, een consultant uit Zimbabwe met zijn jonge gezin. Het begin van de verandering, al komt het van ver. Wat jaren later wordt de flat naast Richard verkocht en een jonge zwarte vrouw met haar kleine zoontje trekt erin. Niet lang daarna vertelde hij dat ze bij hem aanbelde om te vragen of ze een fles frisdrank bij hem in de koelkast mocht zetten want die had zij nog niet. Richard vertelt het met verbazing, enigszins geschokt, maar toch ook wel geamuseerd. Het riep beelden op van de invloed van de veranderingen op de bijeenkomsten van de Vereniging van Eigenaren, maar die beelden bleven verborgen.
|

Southernwood: het "lagere"deel met Stirling in de verte.
|
Wel zichtbaar waren de grote veranderingen in het straatbeeld van Southernwood gedurende de jaren negentig, voor die tijd overzichtelijk en voorspelbaar. Straten voor transport, parkjes om te verpozen, gebruikt tijdens hun pauzes en na het werk door het huispersoneel. Herkenbaar aan hun kleurrijke werkkleding; pastelkleurige mouwschorten voor de dienstbodes, hardblauwe en groene overalls voor de tuinlieden. Aan fel oranje waren met name de vuilnisophalers en ander gemeentepersoneel te herkennen. Een herkenbaarheid en overzichtelijkheid die verdween als sneeuw voor de zon. Niet alleen door de aankoop van woningen door jonge zwarte starters die toegang tot de hypotheekmarkt hadden gekregen. Misschien meer door oude en nieuwe huiseigenaren die hun voordeel wilden doen met de behoefte aan woonruimte dicht bij werk of school. Verhuur, per woning, kamer of bed aan hele families of aan studenten. Gebruik van nieuw verworven residenties als bruggenhoofd voor verwanten uit Mdantsane of verder weg gelegen oorden. East London als magneet in regionale urbanisatie stromen, met overbevolking van Southernwood tot gevolg. Misschien niet in de zin van aantallen bewoners per hectare, maar wel in verhouding tot de sociale en fysieke strukturen die het functioneren van een wijk goed moeten laten verlopen. Teveel mensen in huizen die daar niet geschikt voor zijn. Beheer en inrichting van openbare ruimte dat nog niet is toegespitst op een intensief gebruik als verblijfsruimte, noodzakelijk door overbevolkte woningen en jeugdige behoeftes. En een openbare orde handhaving die net zo hulpeloos en verloren lijkt als de agenten bij het strand van Durban in 1990.
|
| |
Men ziet de politie vaak genoeg rijden op weg na een melding, naar een plek waar het al is misgegaan. Of gewoon om hun lunch te gaan kopen. Maar in de tussentijd moeilijk vindbaar en aanspreekbaar zoals een straatagent zou zijn, iemand die er is als hij nodig is. En dat komt vaak genoeg voor in Southernwood waar verschillende huizen gebruikt worden als uitvalsbasis voor criminelen die er hun makkelijke prooi zoeken. Jongeren om drugs aan te verkopen, voetgangers en automobilisten om te beroven, panden en auto's om in te breken. Verkrachtingen en andere gewelddadigheden. Bescherming van de bewoners en beheer van de buurt, haaiennetten en strandwachten, zijn nog niet op hun plaats. De terugkeer van de zwarte bevolking naar de stad lijkt zich in Southernwood voor een deel voltrokken te hebben. Het was noodzakelijk en onvermijdelijk, maar het lijkt of de stad en de buurt er nog niet klaar voor waren en het nog even zal duren voordat het zover zal zijn.
Amsterdam, januari 2008 |
| naar startpagina |
|
| |
|