|
Ruimte |
|
Zonder ruimte is een mens nergens. Het geeft vrijheid om te bewegen, nodigt en daagt uit, het vormt een platform en een achtergrond en bepaalt voor een groot deel het scenario van denken en handelen. Dan geldt voor de tastbare, zichtbare ruimtes, al dan niet omsloten door muren en daken. Kamers en gebouwen, maar ook straten, pleinen, landerijen, lucht en watervlaktes. Maar niet alleen dat, vooral ook wat die ruimtes bevatten aan mensen, bronnen en mogelijkheden. Alles wat we er tegen kunnen komen of men het wil of niet. Waar vandaan moet worden gehaald wat nodig is om het leven te leiden en te functioneren zoals men wil. |
|
|
Het is bijna onmogelijk je eigen ongedeelde ruimte te hebben, altijd zijn er anderen die er ook binnen kunnen of zijn, of er invloed op hebben. En ook zij zijn daar niet voor niets, maken gebruik van die ruimte voor hun eigen manier van leven. Die is vaak anders en leidt daardoor ook tot een ander gebruik. En dat betekent concurrentie en competitie om de beschikbare ruimte en wat die te bieden heeft, zeker als het allemaal beperkt en onvoldoende is. Machtsstrijd waarbij de partijen met de meeste mogelijkheden en middelen de beste kansen lijken te hebben. |
|
Het uitbreiden en behouden van een eigen ruimte om te leven zijn belangrijke drijfveren in een mensenleven. Een kind worstelt van de wieg naar de wereld en de oudere vecht tot de laatste snik voor het behoud van de eigen leefwereld. In de tussentijd wordt voortdurend een balans gezocht tussen het behoud van de eigen vertrouwde ruimte en het verwerven van nieuwe. Een evenwicht dat voortdurend wordt verstoord door nieuwe, onuitgenodigde, binnendringers. Die gewenste of ongewenste veranderingen met zich meebrengen en steeds weer nieuwe uitdagingen betekenen waarop gereageerd moet worden. Amsterdam, september 2007 |
|
|
|
|