|
Over grenzen Levensloop van Jaap Geldof Amsterdam in 1966: bouwvakkersopstand, provo, Vietnam demonstraties, een stad waar van alles gebeurde en de wereld aan het wankelen leek te worden gebracht. De plek om te zijn voor een 17-jarige uit Zeeland die z'n ontevredenheid met de maatschappij in daden wilde omzetten. Economie leek daarvoor een geschikte studie en de Vrije Universiteit overtuigend argument voor de gereformeerde ouders voor de verhuizing naar Amsterdam. Maar de aandacht en tijd verlegde zich al snel van de collegebanken naar de rest van de wereld en dan vooral naar de overheersende armoede en onderdrukking. Het behalen van het kandidaatsexamen economie en de bezetting van het administratiegbouw van de VU markeerden het einde van die periode. |
| Communistische Partij Nederland Kommunistiche Eenheidsbeweging Nederland (Marxistisch-Leninistisch) |
|
African National Congress
|
Een woning in de Nieuwmarktbuurt werd gekraakt die ontruimd was voor de aanleg van de metro. Volledige deelname als bewoner van de Nieuwmarktbuurt aan het verzet tegen de bouw van de metro en later de Stopera volgde. Krakers verbonden zich met de gevestigde buurtbewoners en in coalities met boeren uit de Purmer en Waterland en vele groeperingen in de stad werd het toen heersende beleid van kaalslag van de oude wijken gekeerd. Openbaar debat, zelforganisatie, in gebruik nemen en beheren van open ruimte en woningen, verzet in woord en daad waren de belangrijke elementen van die beweging. Als een soort interbellum volgde het (mede-) ondernemerschap in de firma Onder de Son, een klein bedrijf in de bouw, dat nooit haar oorsprong in het Nieuwmarkt verzet verloochende. Grotere verbouwingen zoals van het toenmalige Mickery Theater werden aangepakt waarvoor gelegenheidsteams van gelijkgestemde zelfstandige vaklieden werden gevormd. Deze werden afgewisseld met kleinere klussen waarbij de draagkracht van de klant soms de doorslag gaf bij het opmaken van de rekening. Assistentie bij het opknappen van kraakpanden was een belangrijke activiteit net als het invullen van het toen lege Waterlooplein als verzet tegen de bouw van de Stopera. Een belangrijke bijdrage werd geleverd aan het werk van een Amsterdamse bouwploeg in twee boerencoöperaties in Nicaragua, die daar onder zware omstandigheden veel tot stand bracht maar ook op zijn eigen grenzen stootte. Het leverde de inspiratie voor een langdurige periode van werken over de grenzen. Te beginnen van 1986 tot 1990 werkend als bouwinstructeur in Swaziland, wat de dekmantel verschafte voor het verlenen van steun aan het ondergrondse verzet tegen het Apartheidsregime in Zuid Afrika. Het laatste behelsde vooral het verlenen practische steun aan de lokale organisatie van het ANC door het beschikbaar maken van werkruimte, fungeren als contactpersoon en het verrichten van hand- en spandiensten. Daarbij kwam het functioneren als ogen en oren voor de ondergronds opererende activisten gedurende eén van de meest hectische periodes in de strijd tegen Apartheid. Dit vereiste een dubbelleven waarbij eén deel voor zelfs de meest nabij staanden geheim moest blijven. Het verblijf in Swaziland kwam kort na de vrijlating van Nelson Mandela tot een einde, de geheimhouding duurde langer. De andere kant van het dubbelleven was een baan als bouwinstructeur aan het Manzini Industrial Training Centre. Opgezet en geleid door Engelse religieuzen verschafte het on-the-job training als laatste-kans onderwijs aan jongeren. De opleiding was niet gebaseerd op een uitgewerkt leerprogramma maar werd in de praktijk bepaald door werkzaamheden die op het centrum zelf moesten gebeuren zowel als door contractwerk buiten de deur. Het examen na de opleiding van twee jaar was het Britse “City and Guilds” en kon bestaan uit het metselen van een open haard. Al met al een opzet vol van tegenstrijdigheden die vaak ten nadele van de leerlingen uitwerkten. Maar de meesten gingen naar huis met een diploma en sommigen waren werkelijk in staat een loopbaan in de bouw te beginnen. Binnen een jaar na terugkeer naar Nederland werd een nieuwe episode begonnen in Umtata in de toenmalige ‘Bantustan' Transkei met het opstarten van een Nederlands huizenbouw project voor terugkerende ballingen. Het Thembisa project, een goedwillend, maar naïef initiatief van de Anti Apartheids Beweging Nederland (AABN) wat dus mislukte. De naïviteit had twee kanten die elkaar versterkten en kwam voort uit de lichtvaardigheid waarmee vanuit een politieke context op dit onbekende terrein voet werd gezet. Gedeeltelijk kan dit begrepen worden vanuit de behoefte in Nederland de solidariteitsrol over te laten gaan in een ontwikkelingsrol en zo een nieuwe positie te verwerven. Aan de ene kant was er de naïviteit over de mogelijkheid voor de AABN om in Nederland voldoende financiering te vinden voor de huizenbouw en aan de andere kant over de praktijkwaarde van de toegezegde lokale steun. Met het opdrogen van de financiering via de AABN viel ook de lokale steun weg en kwam het project tot een eind. In de tussentijd waren er overigens wel twee huizen neergezet voor twee gehandicapte oudstrijders met een groep werklozen uit de nabijgelegen krottenwijk (squattercamp) op de vuilnisbelt. |
|
Aan de overgang van Zuid Afrika naar een meerderheidsregime werd deelgenomen gedurende zeven jaar in dienst van een lokale NGO in East London, Afesis-corplan, als projectleider en huisvestingsdeskundige. Begonnen als adviesbureau en trainingsorganisatie voor bewoners van de townships was het uitgegroeid tot een organisatie die bewonersorganisaties steunde bij landbezettingen en het organiseren van hun eigen ontwikkeling. In 1992 kwam de ontwikkeling van het illegale squattercamp eLuxolweni bij het CCLloyd Township toe aan uitvoering en werd beschouwd als een vooroefening voor de aanpak van de gigantische problemen in het nabijgelegen Duncan Village. De bewoners van dit township hadden de geplande verwijdering en sloop gedurende tientallen jaren weerstaan en het lokale bestuur machteloos gemaakt. Eén van de kenmerkende dynamieken van die periode kwam voort uit de noodzaak voor de bewonersorganisaties hun strategie om te veranderen van verzet tegen, naar samenwerking met de overheid voor hun eigen ontwikkeling. Een dynamiek vergelijkbaar met die in de Nieuwmarktbuurt na het einde van het verzet tegen de metro. Ook voor NGO's veranderde de speelruimte. Oorspronkelijk opererend in de marge van de legaliteit werd een centralere positie ingenomen door de band met bewonersorgansiaties en het verworven inzicht in de situatie in de townships en squattercamps. Deelname in de vorming van een nieuw nationaal huisvestingsbeleid en in onderhandelingen met oude en nieuwe autoriteiten waren aan de orde van de dag. Met het in functie raken van de nieuwe autoriteiten werd de rol van NGO's echter weer teruggedrongen naar een marginalere. Het einde van het presidentsschap van Nelson Mandela in 1999 viel min of meer samen met het einde van deze periode van werk. De Master opleiding Urban Management aan het Institute for Housing and Urban Development Studies werd gevolgd om de in de praktijk opgedane inzichten te toetsen aan de geldende theorieën. Die studie werd afgerond met een onderzoek naar de verbeteringen in de periode 1990-1999 in de verschillende delen van CCLloyd Township zoals die door de bewoners werden ervaren. Duncan Village is daarna verschillende keren het doel geweest voor langere bezoeken in opdracht van de Stichting Intervolve, waarvoor ook een periode in Awassa, Ethiopië, is doorgebracht. Alles gericht op buurtontwikkeling ten dienste van mensen die wel een verbetering van hun kansen kunnen gebruiken. Daaromheen levert lopend onderzoek in Amsterdam verdere inzichten op in de dynamiek tussen mensen en hun leefruimte. Het verbinden met de diverse ervaringen uit voorgaande periodes en andere situaties speelt daarbij een verhelderende rol. Het beschrijven en beschikbaar ervan maken via dit domein is hiervan een uitvloeisel. Amsterdam, november 2007
|