|
Duncan Village zet je aan het denken |
De noordelijk rand van Duncan Village |
Herontwikkeling |
Terwijl de kern van het DVRI een huizenbouw programma is, heeft het het potentieel om uit te groeien in een bredere strategie om de armoede te bestrijden. Maar de bijna totale ‘revisie' van de wijk brengt risico met zich mee en ontreddering voor de huishoudens die er van moeten profiteren. Deze mogelijke gevolgen plaatsen een zware verantwoordelijkheid op de uitvoerders van de herontwikkeling. Dit heeft denken op gang gebracht over het gebruik van ruimte, mogelijke bouwprocessen en de normen die daarbij gehanteerd kunnen worden. |
|
Een kleine ondernemer: kastenmaker |
Ruimte en bestaansmogelijkheden ‘Ruimte' staat bovenaan de agenda voor hen die in de overbevolkte omstandigheden overleven en voor hun bestaan geheel afhankelijk zijn van de onmiddelijke omgeving. De onvermijdelijke hoge bebouwingsdichtheid van een herontwikkeld Duncan Village, met gemiddelde kavel afmetingen van 80 m 2 , maakt het noodzakelijk dat zorgvuldig wordt nagedacht over het gebruik van ruimte. De nieuwe huisvesting zal over het algemeen van betere kwaliteit zijn en ruimer dan hun huidige woningen. Maar het zal klein zijn in vergelijking met de ruimte die een huishouden nodig heeft om te functioneren. Het ordenen van een buurt kan de flexibiliteit in het gebruik van ruimte wegnemen, die het resultaat is van ‘onderhandelingen' tussen de bewoners van het gebied. Deze flexibiliteit maakt het mogelijk om de directe omgeving aan te passen aan de veranderende behoeften van huishoudens en resulteert in plaatsen die gecreëerd worden voor kleinere en grotere ondernemingen zoals kapperszaakjes, vervaardigen van wandschotten voor de hutten en informele kerken. |
Bij het opnieuw ontwerpen van wijken, zou die flexibiliteit gehandhaafd moeten worden door het behandelen van open ruimte als een verlengstuk van de privé ruimte (huis en erf). Wegen bijvoorbeeld zouden niet in de eerste plaats gezien moeten worden als transportroutes voor auto's maar als plaatsen voor handel, ontspanning en dienstverlening. Dit vereist dat meer ruimte wordt bestemd voor gemeenschappelijk in plaats van privé gebruik. Bovendien moet bij de voorgestelde bedrijfsconcentratiepunten het informele karakter van de meeste economische activiteiten in overweging worden genomen. Ieder beschikbaar stukje land moet gezien worden als een kans om het bestaan van de bewoners van Duncan Village te ondersteunen. Dit kan een heroverweging inhouden van het gebruik van de overstromingsgebieden, de schoolterreinen en zelfs de (in onbruik geraakte) kerkhoven. Multifunctionaliteit en flexibiliteit zijn de sleutelwoorden bij zo'n aanpak. |
|
Stukje bij beetje Flexibiliteit zal ook vereist zijn in het bouwproces. Terwijl aannemers, voor met de bouw wordt begonnen, het liefst een heel blok “schoon vegen”, ofwel slopen, kan dit een grote verstoring van de levens van de bewoners veroorzaken. Zij worden dan geconfronteerd met onredelijke keuzes tussen tijdelijke huisvesting elders of permanente verhuizing naar Reeston of andere plaatsen. De opties voor de huisvesting die verstrekt kan worden zijn misschien op dat moment niet geschikt voor de specifieke behoeften van ieder huishouden. |
|
In een situatie waarin vrije keuze bijna onhaalbaar lijkt biedt het Duncan Village project de mogelijkheid dat principe te benaderen. Het project is ook gebaseerd op het uitgangspunt dat beschikbare grond efficiënter gebruikt kan worden dan in het verleden door de nagestreefde bebouwingsdichtheid van 100 woningen per hectare. Hierdoor blijken meer stukken braakliggende grond in de wijk beschikbaar te komen om een bouwproces te starten wat anders de herhuisvesting van mensen zou vereisen. |
|
De start van de bouw voor de bewoners van een uitgekozen blok is dan het begin van het wegknabbelen van dat blok en het opvullen van de ruimte die vrijgemaakt wordt. Het levert de mogelijkheid om in het begin om de mensen heen te werken voor wie nog goed alternatief aanwezig is en het beperkt de verhuizingen van mensen tot eén : naar hun nieuwe permanente woning. Dit vereist echter een andere aanpak van het bouwproces waarbij dan bijvoorbeeld de aanleg van de infrastructuur uitgesteld moet worden tot na de bouw van de huizen. |
|
Petros: opgeleid als kleine aannemer |
Alleen ondernemers die op kleinere bouwplaatsen en in nauwe samenwerking met bewoners willen werken kunnen de bouw uitvoeren. Dit kan een uitstekende kans bieden aan de vele kleine aannnemers die verondersteld werden uit de vele trainingsprogrammas voort te komen. Velen van hen konden niet slagen in een omgeving waar de goedkope huizenbouwprogramma's uiteindelijk het meest in het voordeel waren van de grote aannemers die een gunstiger positie hebben bij productie op grote schaal. Het kostenvoordeel van massaproductie kan echter ook bereikt worden bij de stukje bij beetje aanpak. Omdat het totale programma minstens 5 jaar gaat duren bestaat er de mogelijkheid om op grote schaal materialen in te kopen en permanente bouwplaatsvoorzieningen op te zetten die later tot hulpcentra voor zelfbouwende bewoners kunnen uitgroeien. Kleine aannemers zullen mogelijk in het begin meer steun en begeleiding nodig hebben maar kunnen op langere termijn tot volwaardige bedrijven uitgroeien. |
Normen die passen in de situatie De normen voor de bouw van woningen in informele buurten worden alleen bepaald door de bewoners op grond van wat geschikt en betaalbaar is voor hen. Herontwikkeling en formalisering houdt in dat nieuwe normen worden geïntroduceerd die voortkomen uit andersoortige overwegingen. De minimum voorschriften die door de overheid voor gesubsidieerde huizenbouw worden toegepast zijn in belangrijke mate bedoeld als bescherming tegen de graaipraktijken van de projectontwikkelaars (die in het nabijgelegen Scenery Park nog steeds te zien zijn). Ander normen hebben te maken met de minimum vereisten om de gezondheid te bewaren en te beschermen tegen brand en andere risico's. Maar omdat het bepalen van de algemene normen gewoonlijk buitenom de bewoners plaatsvindt is er het risico dat ze voortkomen uit andere perspectieven en ervaringen met andere realiteiten. |
|
In het bijzonder maakt het verbeteren van de informele aan- en bijbouwsels (backyard shacks) een heroverweging van de toegepaste normen noodzakelijk. Deze bijbouwsels voorzien in een vraag waarop geen enkel deel van de formele huisvestingssector inspeelt. Deze markt is uitsluitend gereguleerd door de mogelijke transacties tussen huiseigenaren en gebruikers/huurders en de manier waarop de machtsverhoudingen zijn gevormd en middelen zijn verdeeld. Het toepassen van de officiële bouwnormen, zonder dat de noodzakelijke investeringen ondersteund worden met subsidies en/of leningen brengt het risico met zich mee dat deze belangrijke huizenvoorraad simpelweg wordt vernietigd en een inkomstenbron van de huiseigenaren en de directe omgeving goeddeels verdwijnt. Het heroverwegen van de normen en aanpassing aan de begrenzingen van deze onofficiële markt moet het startpunt zijn voor welk verbeteringsprogramma dan ook. Waarom is bijvoorbeeld houtskeletbouw wel acceptabel in de middenklassewijk Berea en niet in Duncan Village Proper. Waarom zijn metalen wandpanelen alleen aanvaardbaar als ze zijn voorgeschreven door een bekende architect? |
|
|
|
|
|