bij Spiti-piti: autoreparatie en kerk
|
De overheid komt binnen Spiti-piti woont in eLuxolweni vlakbij het centrum van East London (Zuid Afrika). Begonnen als illegale nederzetting werd het in de jaren negentig voorzien van infrastructuur en later kregen de bewoners een huisje en eigendom van hun grond. De huisjes zijn te klein en de meeste bewoners hebben er met sloopmateriaal extra ruimtes bijgebouwd om meer ruimte te maken voor hun huishouden en hun bezigheden. Daar mag dat nog; eLuxolweni heeft, volgens een wet uit 1991, de status van “less formal township” waar informeel bouwen is toegestaan. Spiti-piti kreeg tijdens de constructie van de infrastructuur de kans om zich op te werken van grondwerker tot aannemertje die op eén moment wel 40 mensen in dienst had. Zijn ondernemerskwaliteiten gebruikt hij ook voor andere activiteiten om zo een redelijk solide bestaan op te bouwen. Zo heeft hij bij zijn huis een klein zaaltje gebouwd wat hij verhuurd aan een kerkgenootschap, gebrekkig maar de kerkgangers zijn er blij mee. Verder repareert hij auto's, meest ouwe barrels waar veel sloppenwijkbewoners noodgedwongen in rond rijden. De klanten komen van overal, zelfs uit Mdantsane, 25 kilometer verderop, en hij helpt er verschillende tegelijk. Maar eigenlijk heeft hij er de ruimte niet voor en daarom moet veel werk op straat gebeuren, zelfs het spuiten van nieuwe lak. Vaak best vervelend voor andere mensen, het belemmert de doorgang, oogt rommelig en stinkt. |
Maar het moet toch maar, zegt het buurtcomité, want hij verschaft wel werk aan verschillende mensen uit de buurt. Eigenlijk zou hij geholpen zijn met een spuitcabine, eventueel gedeeld met collega's van verderop. Dat wil hij ook wel want dan kan hij ook beter werk leveren. Ruimte is er mogelijk voor te vinden en een beetje financiering misschien ook nog wel. Maar dan moet hij wel een vergunning aanvragen en aan een heleboel voorschriften voldoen en daarmee wordt het vooralsnog onhaalbaar. Dus gaat hij maar op de oude voet verder met begrip van de buurt en voorlopig ontzien door de gemeente. Gebrekkig en toch succesvol, zowel voor Spiti-piti, de buurt en toch ook wel voor de overheid alhoewel de laatste het liever (anders) aan zou pakken. Maar dat geldt eigenlijk ook voor de andere, direct betrokkenen. |
|
Ingrijpen “tot achter de voordeur”, in het gezinsleven, is de nieuwste trend bij de Nederlandse overheid in de aanpak van achterstanden in de wijken. Een radicale verandering van de houding van de overheid ten aanzien van achterstandswijken die nog niet zo lang geleden toch meer gebaseerd was op het negeren van problemen of op de onontkoombaarheid van het bestaan van wijken als “afvoerputjes van de stad”. Buurten waar problemen zich konden opstapelen, ongestoord totdat ze een bedreiging van de bestaande orde leken te gaan worden. Aardverschuivingen binnen het electoraat, toenemende jeugdcriminaliteit en vandalisme, vrees voor dreigende Parijse scenario's van brandende auto's en opstanden, extremisme en geweld. Nachtmerries waardoor het establishment zich genoopt voelt tot actief ingrijpen in het privéleven van de burger; een delicate onderneming. |
|
|
Op grotere schaal wordt er “achter de voordeur” ingegrepen in de sloppenwijken in landen als Zuid Afrika. Complete, veelal illegale, buurten als doelwit van grote interventies van de overheid. De bouw van infrastructuur en huizen wordt gepland om in ieder geval een groot deel van de slechte woonomstandigheden aan te pakken. Althans dat is de intentie. In de praktijk komt er nog te weinig van terecht en blijft het voornemen steken in de mooie beloften. Maar alleen al de belofte van huizen en andere verbeteringen is al een interventie in de leefsituatie en kan ertoe leiden dat mensen niet investeren in de verbetering van hun zelfgebouwde gebrekkige woningen. En dus kan het niet nakomen van de beloften de situatie verergeren. Of volstrekt uit de hand laten lopen wanneer frustraties en wrok zich een gewelddadige uitweg zoeken. |
|
Maar als de beloften wel nagekomen worden, worden gemeenschappen die tot dan toe goeddeels onaangeraakt waren, opgeschud en herordend. Verdeling en gebruik van ruimte, gedragsregels gebaseerd op onderlinge afspraken en machtsverhoudingen worden ondergeschikt gemaakt aan nieuwe regels en wetten die goeddeels buiten die gemeenschappen gevormd zijn. Delicaat in situaties waar de bewoners kwetsbaar zijn en zich met een variëteit van overlevingsstrategieën overeind proberen te houden. Een buitenstaander, een overheid, die binnentreedt in zo'n gemeenschap, achter haar voordeur komt, moet voorzichtig zijn. Alleen al het verschijnen verstoort en verandert de bestaande balans en structuur. Deels gezien als brenger van nieuwe middelen en mogelijkheden, anderdeels als bedreiging van bestaande vrijheden en zelf ontwikkelde levensstijlen, wordt een nieuwe dynamiek binnengebracht, soms leidend tot ernstige verstoringen van de bestaande samenhang. Machtsverhoudingen worden ontregeld, belangen gediend of afgewezen, levenssituaties veranderd. Moeilijk terrein voor de indringer; mogelijk een mijnenveld waar iedere stap schade kan berokkenen aan de eigen missie en aan de omgeving waar die wordt uitgevoerd. Kennis van het terrein is noodzakelijk maar moeilijk voldoende te vergaren. Onontbeerlijk is een bewustzijn van de risico's van het eigen optreden gebaseerd op de erkenning dat de effecten van het eigen optreden grotendeels onduidelijk zijn en dat nog lang zullen blijven. |
leven in eLuxolweni |
Dat is moeilijk voor een overheid uitgerust met het mandaat om beleid en wetten te maken en uit te voeren in het belang van het algemeen en ten faveure van alle burgers. Maar dan wel een “algemeen belang” waarvan de bewoners van de gebieden en de leden van de gezinnen met “achterstanden” grotendeels uitgesloten waren en de bijbehorende wetten en beleid aan hen voorbij gingen. Waarbij ze zelf hun eigen wetmatigheden en omgangsvormen moesten ontwikkelen als voorwaarde om te kunnen leven met een beperkte mate van welzijn, zekerheid en vreedzaamheid. In een realiteit die maar deels bekend is bij een overheid die werkt met geformuleerd en gedetailleerd beleid. En die zich soms ook paternalistisch gedraagt door de eigen normen van ordelijkheid en netheid over te planten op anderen en daarbij soms zover gaat met ingrijpen in het privédomein dat zelfs de plaats van de waslijnen voorgeschreven wordt. Armoede is en maakt rommelig, maar het aanpakken van armoede is iets anders dan het aanpakken van het rommelige uiterlijk ervan. Gemakkelijk ontstaat de verdenking dat de gelegenheid te baat wordt genomen om conformiteit tot stand te brengen met het eigen ideaalbeeld van een prachtwijk. Maar dan lopen wijkontwikkeling en woningbouw het gevaar niet veel meer dan cosmetische ingrepen te blijven die de armoede slechts mooier verpakken. Of erger maken zoals zou gebeuren als Spit-piti's plek ‘keurig en netjes' zou worden gemaakt. |
toegangspoort |
Woningbouw is gereguleerd met gedetailleerde verordeningen die bedoeld zijn om huizen te laten bouwen die veilig en gezond zijn voor bewoners en omgeving. Maar onmogelijk na te volgen door mensen die met minimale middelen hun eigen onderkomen moeten realiseren. En daardoor slaan die verordeningen de plank veelal mis als ze stringent toegepast worden in de sloppenwijken en kunnen zelfs voor nieuwe problemen zorgen. De doelstellingen zijn legitiem en dienen een groot belang, maar de uitwerking is beperkt toepasbaar in de armoedegebieden. Een rigoureuze toepassing kan dan hetzelfde effect hebben als de fameuze olifant in een porseleinkast te weeg brengt. Ieder optreden van een overheid of andere buitenstaander kan een dergelijk effect hebben als de mogelijke positieve en negatieve effecten niet geanalyseerd zijn. Steeds weer is het de vraag in hoeverre de belangen en mogelijkheden van de kansarmen tot hun recht komen. Overheidsbeleid en ingrijpen zijn producten van de samenleving en, als de democratie functioneert, van alle leden van die samenleving. Geen wijsheid afkomstig van een hogere macht of alleen bepaald in “hogere kringen”. Het binnentreden door de voordeur van een huishouden of in een verwaarloosde wijk dwingt in de eerste plaats tot de vraag wat men daar gebeurt en welke rol men in die situatie kan en wil spelen. Ofwel hoe kan een overheid het beste participeren in de leefsituatie van mensen die tot dan toe buiten de boot vielen? Een vraag die iedere buitenstaander zich moet stellen die zich met armoedegebieden wil bezighouden en die vooreerst gaat over de eigen agenda en hoe die is gevormd. En vervolgens over de uitwerking ervan op de doelgroep ofwel in hoeverre biedt men vooruitgang en in hoeverre veroorzaakt men terugval? |
|
Hamilton, een buurtgenoot van Spiti-piti, was lange tijd de actieve secretaris van het buurtcomité. Altijd aanspreekbaar en meestal bereid een probleem op te lossen. Niet altijd want hij had ook zijn eigen zaken. Hij was de eigenaar van een kleine informele winkel, een spazashop. Daar verkocht hij kruidenierswaren en andere huishoudelijke artikelen aan mensen uit de buurt. En zijn zaken gingen behoorlijk goed. Toen begin jaren negentig de bewoners van eLuxoleni eigenaar werden van een klein lapje grond met daarop een doorspoeltoilet en een kraan bouwden er een paar een ‘echt' huis in plaats van de hutten waarin ze tot dan hadden moeten leven. Hamilton niet, hij had met sloopmateriaal zijn winkel en woning gebouwd. Op de vraag waarom kwam het antwoord dat hij eerst de studie van zijn zoons wilde financieren en pas daarna aan winkel en huis zou beginnen. En zo gebeurde het en beide dingen heeft hij successievelijk gerealiseerd, deels met overheidssubsidie. Hij kon dat zo doen omdat hij in eLuxolweni zijn eigen keus kon maken en dingen aanpakken op de manier die hemzelf het beste leek. Een goede keus gezien het resultaat. Amsterdam, juni 2008 |